vrijdag 28 oktober 2011

Waarheid of leugen in de magie


"Waarheid bestaat niet!" zei de opperheks,
terwijl ze de mensen in de zaal scherp aankeek.
"Je moet niet zoeken naar waarheid..."
herhaalde ze, "want dat is zinloos!
Waarheid is een illusie.
Je moet zelf je waarheid verzinnen.
Je moet zelf je weg zoeken.
Er is geen waarheid die je ergens kunt vinden."

Ik bevond me in een kleine zaal,
tijdens een heksenritueel, dat deel uitmaakte
van een grote paranormale beurs in Belgie.
Toen ik het ritueel verliet, dacht ik bij mezelf:
"Hoe kan iemand zeggen dat waarheid niet bestaat?
Dat is zo extreem onlogisch."

Als er geen waarheid is, dan is alles onwaar.
Dan is alles leugen. Dan is alles inbeelding.
Als er geen waarheid is, dan heb je geen toekomst.
Want dan is alles wat je als zinvol beschouwt, leugen.
Dan is alles wat je vreugde geeft, misleidend.
Dan heb je geen toekomst, maar enkel misleiding
van jezelf en anderen.

Want als er geen waarheid bestaat en
als je zelf maar iets moet bedenken,
dan hou je jezelf per definitie voor de gek.
Dan houdt iedereen zichzelf voor de gek,
want dan is alles in wezen onwaar.
Geen waarheid betekent onwaarheid.

Wat een vreemde gedachte...

Ik ben er zeker van dat waarheid
de kern is van al het leven. Niet waarheid
die je jezelf wijsmaakt. Niet je eigen setje
bij elkaar gesprokkelde 'waarheden',
die je verzamelt uit een veelheid
aan boeken en geschriften.
Maar echte waarheid. Waarheid die algemeen is,
en die geldt voor alle leven op aarde.

Ik geloof dat het dit soort waarheid is,
waar we naar moeten zoeken.
Want ze bestaat wel degelijk.
Wie zoekt die vindt, zei Jezus.
Waarheid is er. Voor hen die willen zoeken.

Is waarheid belangrijk?

Pas als er waarheid is, heb je een toekomst.
Want dan stel je je hoop op iets wat WAAR is,
op iets wat ECHT betrouwbaar is.
Op iets waar je op aan kunt.

Waarheid geeft zekerheid.
Waarheid geeft vreugde.
Waarheid geeft geluk.

Wie ontkent waarheid?

Er is maar een persoon die zoiets kan verzinnen,
namelijk hij die puur leugen is.
De Bijbel noemt hem bij naam: satan.
"Hij is de vader van de leugen" zei Jezus Christus.
Hij is leugen tot en met. Hij wil geen waarheid
en hij kan geen waarheid bevatten.
Leugen is zijn doel, zijn streven, zijn kracht.

Deze machtige verleider van de mensheid
is het brein achter de gedachte
dat er geen waarheid bestaat.
Hij is het die mensen influistert dat ze zelf
hun weg moeten zoeken. Dat ze zelf god zijn.
Dat ze God niet kunnen aanbidden,
want dat god in hen is.
Dat ze zelf hun waarheden mogen bepalen.
Dat ze zelf hun bestemming in handen hebben.

Hij is het die zich tegen waarheid opstelt.
Die de vijand van de waarheid is.
En hij is het die wil dat zoveel mogelijk mensen
hem volgen in zijn leugens.

God zegt het ons

De Bijbel noemt satan de overste van de geesten
in de onzichtbare wereld die zich tegen God
hebben gekeerd. Hij is de baas van een
enorm groot aantal engelen die gevallen zijn.
Die zich hebben gekeerd tegen
de heerschappij van de ene ware God
en die zichzelf tot goden en godinnen
hebben uitgeroepen. Zij dolen rond
in het rijk van de leugen en hebben als doel:
de mensheid verleiden om hen te vereren
en te volgen.

Ik heb deze informatie uit het boek dat God
aan de mensheid gegeven heeft: de Bijbel.
Veel mensen doen hard hun best om
de Bijbel weg te redeneren. Maar het is en blijft
het boek van alle boeken, dat meer gelezen
en vertaald werd dan enig ander boek.
Het is het boek waarin God duidelijk
tot de mensheid spreekt.

Als je de Bijbel leest, zul je het verschil zien
tussen wat God zegt en wat satan de mensheid
wil laten geloven.

Jezus zei: Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader in de hemel dan door mij.
Hij zei ook: Ik ben gekomen zodat jullie
de waarheid zullen kennen. Dan zul je werkelijk
vrij worden. Verder zei Jezus: Ik ben het licht
dat in de wereld gekomen is. Maar, voegde Hij
eraan toe: de mensen hebben liever het duister
dan het licht, omdat in het licht duidelijk wordt
dat ze slecht leven.

(De term licht staat voor:
weten, waarheid, kennis, openbaar maken.
Duisternis betekent:
niet weten, verborgen houden, leugen).

Jezus Christus?

Jezus is het begin van alles. Alles wat bestaat
is door hem gemaakt. Hij is de alpha en de omega,
het begin en het einde. Hij is God, die mens
werd om ons te tonen wat belangrijk is.
Om ons antwoorden te geven op
onze belangrijkste vragen.
Om ons te laten zien dat God wel degelijk bestaat,
dat hij van ons houdt en dat hij
een eeuwige bestemming voor ons heeft:
in zijn huis, in zijn liefde,
in zijn omhelzing van geluk en vrijheid.

God wil dat je thuiskomt. Bij hem!
Want daar hoor je te zijn.

Niet in het mistige gebied van onduidelijke leringen,
en mooie woorden van demonen. Niet in de moerassen
van de mystiek. Hij wil je voeten op een rots
van waarheid zetten, zodat je stevig staat
en niet meer wankelt. Hij wil je optillen
uit de wereld van het onduidelijke en je plaatsen
in zijn wereld, van duidelijkheid, leven, licht, liefde.

Hij is echt en hij kan jou laten zien wat onecht is.

Jezus Christus zei:
"Ik ben als het licht in de wereld gekomen.
Als je in mij gelooft zul je God kennen.
Dan zul je vrijheid kennen.
Dan zul je thuis komen.
Dan zul je weten wie jij bent
en wie God voor je wil zijn."
Jezus Christus zei:
"Ik ben het die je nodig hebt."

Wil je God? Wil je waarheid?
Wil je de reden van je bestaan?

Lees dan om te beginnen eens wat Jezus zei.
Lees het evangelie in de Bijbel
(vooraan in het Nieuwe Testament).
Lees wat Jezus je te zeggen heeft.
Dan pas zul je kunnen beslissen
of hij een gek was of dat hij inderdaad God is
die mens werd om jou en iedereen
die dat wil, thuis te brengen bij God.

Lees dus wat Jezus heeft gezegd.
Koop een evangelie in omgangstaal en lees.

woensdag 5 oktober 2011

Geloof en heksen


Geloof in magie en hekserij bestaat al vele duizenden jaren. Al voor de grote heksenvervolgingen in de Middeleeuwen was het beeld van de heks in Europa al gevormd. Een heks was volgens velen een kwaadaardige magiër die een pact met de duivel had gesloten en hem vereerde. Maar wie was de eerste heks? En wat zorgde voor de opkomst van hekserij?

Het is onbekend wie de allereerste heks was, maar één ding is zeker: de eerste heks of tovenaar leefde héél lang geleden. Uit oude wetboeken als de code van Hammurabi (circa 1.780 voor Christus) blijkt dat tovenarij toentertijd al flink werd bestraft. Heksen en tovenaars werden in het water gegooid. Als de persoon verdronk, dan was zijn schuld bewezen en de aanklacht terecht. Overleefde de magiër? Dan verloor de aanklager zijn eigen bezit.

Christendom
Christendom gaf hekserij een flinke impuls. Dit komt misschien wel door het feit dat Jezus een magiër was. Hij kon namelijk wonderen verrichten, mensen genezen en lopen over water. Daarnaast bood de Kerk bekeerlingen rituelen als het doopsel en de eucharistie om boze geesten te verdrijven. Ook de sacramenten van de Kerk waren eigenlijk magische riten.
De Kerk werd vanaf het begin bedreigd door niet-christelijke magiërs. Een voorbeeld is Simon Magus oftewel Simon de tovenaar, die voorkomt in Handelingen 8 (Bijbel). Eerst lijkt Simon een volgeling van Jezus te zijn, maar later wil de magiër de gave van profeten als Petrus en Johannes kopen. Hieronder een citaat uit Handelingen (Groot Nieuws-vertaling):
Nu was een zekere Simon daar al enige tijd bezig met toverij en hij had de bevolking van Samaria versteld doen staan. Hij beweerde iemand met bijzondere betekenis te zijn en iedereen, van groot tot klein, had het grootste vertrouwen in hem. “Dit is nu wat men noemt de grote kracht van God,” zeiden ze. De mensen hadden zoveel vertrouwen in hem, omdat hij al geruime tijd hen van zijn toverkunsten versteld had doen staan. (..)

De apostelen in Jeruzalem vernamen, dat Samaria het woord van God had aangenomen en ze stuurden Petrus en Johannes naar de Samaritanen toe. Nadat die daar aangekomen waren, baden ze voor hen dat zij de heilige Geest mochten ontvangen. Want de Geest was nog over geen van hen gekomen. Ze waren alleen maar gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Toen legden Petrus en Johannes hun de handen op en zij ontvingen de heilige Geest. Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd geschonken, gaf hij de apostelen geld en zei: “Geef mij ook die macht, dat, als ik iemand de handen opleg, hij de heilige Geest ontvangt.” Maar Petrus antwoordde: “Dat jij verdoemd mag worden, jij en je geld, omdat je denkt Gods gave met geld te kunnen krijgen! Je kunt beslist geen deel hebben aan dit werk, want je bent niet oprecht tegenover God. Laat die afschuwelijke gedachte varen en bid de Heer of hij je wil vergeven wat in je hart is opgekomen. Want ik zie: je bent een bitter gif, een kluwen van ongerechtigheid.”
Simon Magus overleed in het Colosseum toen hij een demonstratie gaf aan keizer Claudius dat hij werkelijk kon vliegen. Petrus vond dit godslastering en bad tot God om hem te laten vallen. Simon Magus stortte neer, brak zijn been op drie plaatsen en werd gestenigd door de volgelingen van Petrus.
Naast Magus waren er nog veel meer magiërs in de Bijbel, zoals de wijzen in Matteüs 2:1. Toch wordt Simon gezien als de eerste ketter.

Magie afschaffen?
Het christendom kon de magie niet afschaffen of negeren. In de eerste eeuwen van het christendom verwachtte aanhangers dat voorgangers op het gebied van filosofie of religie wonderen konden verrichten, zelfs als ze dat soms weigerden, zoals Jezus en Apollonius van Tyana deden. Auteur P.G. Maxwell-Stuart van de universiteit van Aberdeen – een kenner op het gebied van hekserij – werd magie in de eerste eeuwen van het christendom aangepast en op zekere hoogte geherïnterpreteerd in het licht van de zich ontwikkelende geloofsleer van de nieuwe godsdienst.
“Daimones werden boze geesten die vanwege het veronderstelde verbond tussen hen en mensen vaak geassocieerd werden met alle vormen van magie”, legt Maxwell-Stuart uit. “Het beeld van de schepping zelf onderging een verandering toen alles een dualistisch aspect kreeg: God werd weerspiegeld in satan.”

Wetten en maatregelen
Steeds meer mensen werden bekeerd en geloofden in slechte magie. Mensen die niet aardig deden tegen hun buren, werden al snel gezien als aanhanger van satan en afvalligen van het christelijke geloof. In de Codex Theodosianus staat dat het raadplegen van magiërs of waarzeggers verboden is. Magiebeoefenaars horen de doodstraf te krijgen.
Er kwamen steeds meer wetten en maatregelen bij, zoals het Edictum Theodorici (zesde eeuw) en het Edicta Langobardorum (zevende eeuw). In de Capitula de partibus Saxoniae uit de achtste eeuw speelt de duivel een rol: “Als iemand (misleid door de duivel) net als niet-christenen gelooft dat een man of vrouw een heks is (striga) en mensen eet, en haar daarom verbrandt, haar vlees aan anderen geeft om te eten of haar zelf opeet, zal hij geëxecuteerd worden.”
Steeds meer christelijke overheden traden op tegen niet-christelijke gebruiken, zoals heidense offers, raadplegen van waarzeggers en het vervaardigen van beeldjes van was voor magische doeleinden. De Kerk deed dit niet, al was men binnen de Kerk fel en consequent in het veroordelen van deze praktijken. Toch vond men dat de doodstraf niet kon worden opgelegd.

Opkomst van heksenprocessen
Voor 1300 waren er nog geen heksenprocessen. Zwarte magie (oftewel: gebruikmaken van kwade krachten) werd afgehandeld door de burgerwacht of vigilante (iemand die het recht in eigen handen neemt), bijvoorbeeld middels een wraakactie. Na een aantal politieke showprocessen tussen 1325 en 1330 begon de lange reeks heksenvervolgingen, waardoor 30.000 tot 60.000 mensen om het leven kwamen.